6 juni 2015

FAMILIE/VAKANTIE

All_about_Norwegian_Fjords

“In 2010 zijn wij (37 en 34 jaar) gestart met een cursus Noors. Eerst privéles en na verloop van tijd in een groepje. Waarom? We wilden graag samen iets nieuws leren en ondernemen. Dansles was geen optie 🙂 en Noorwegen had en heeft ons hart gestolen. Zelfs zo dat we er op een dag best zouden willen wonen en werken.
In het begin leek Noors wel Chinees maar uiteindelijk begon het te dagen. Wij vinden het best pittig om les te volgen en huiswerk te maken naast alle andere dagelijkse dingen. We hebben het zeker nog niet onder de knie maar het begint te komen. De lessen zijn heel gevarieerd, leerzaam en gezellig waardoor die twee uur les voorbij vliegt. Wat ook zo leuk is dat Nina de Noorse gebruiken en bijzonderheden verweeft in de les; twee vliegen in één klap.
Tijdens de laaste twee vakanties in Noorwegen durfden we het aan om voor het eerst in het Noors een babbeltje te maken. Het gaf een kick om er een paar mooie volzinnen uit te krijgen en om de waardering te krijgen dat je het probeert. Dat we van het antwoord vervolgens weinig begrepen… tja…‘Thuis meer oefenen!!’, is dan de echo van Nina in ons hoofd. Nina is een pittige en vriendelijke lerares en ze spoort je positief aan om het beter (te willen) doen. Niet geheel onbelangrijk, ze zet goede koffie.” Groetjes, Mirjam en Ferdinand


Het bleef kriebelen
“Ik kom uit een familie van mensen die allemaal natuurwetenschappen gestudeerd hebben: geologie, biologie, tropische bosbouw… En toen ik twaalf jaar was wist ik het zeker: ik ging ook bosbouw studeren. Maar ik ging naar een hoekje van de wereld waar nog niemand van ons was geweest. Ik ging naar Noorwegen! Toen ik op de middelbare school zat ontdekte ik, dat de exacte vakken niet mijn fort waren. En bosbouw studeren deed je in Wageningen. Maar niet zonder wiskunde en dergelijke. Ik bedacht een ander plan. Ik studeerde Duits en Engels en hield mij bezig met het eindproduct van de houtindustrie en wat je daarop kunt schrijven. Als bijvak koos ik Noors. En ik maakte een vakantiereis door Lapland en langs de Lofoten. Wat een natuur: je hart ging open. Maar als je de taal echt goed wilde leren moest je minimaal een half jaar naar Noorwegen, want internet bestond nog niet… en Noorse radio en TV konden we thuis niet ontvangen.

Intussen had ik een gezin en en deden we heel andere dingen, We beklommen bergen in Oostenrijk. Dat was betaalbaar en dichterbij. We schaatsten op de kanovijver in ons dorp en keken naar de wedstrijden op TV: en, to, tre, fire… van Ard Schenk tot Sven Kramer. Van Hjalmar Andersen tot Johann Olav Koss. Naast de ouderraad en de politiek hield ik me bezig met de geschiedenis van de Vikingtijd. Van een erfenisje gingen we naar IJsland. En jawel hoor, er zat nog steeds een restje Noors in mijn hoofd. Wat leuk! Toen we meer vrije tijd kregen bedachten we dat we weer naar Noorwegen wilden. In de aanloop van de vakantie kwam ik op internet zomaar Noors- op- Maat tegen. Impulsief nam ik contact op en het werkte! Er was een kleine groep super- gemotiveerde deelnemers. Van heel verschillende pluimage, maar dat maakte het juist leuk. Van heel verschillende leeftijd. En dat was motiverend. Met heel verschillende leerdoelen. Maar er was een reuze flexibele lerares. Met Noorse humor. Jazeker, het bestaat. Maar het is subtiel. Noren zijn niet luidruchtig.
Het lesmateriaal is gericht op inburgerende buitenlanders. Uit de politiek kende ik de situatie in Nederland. Hoe zou Noorwegen dat aanpakken? De opzet van de cursus is heel modern en hij zit didaktisch goed in elkaar. Alle zaken die een immigrant tegenkomt passeren de revue: formulieren invullen, praten met de dokter, in de winkel, het vinden van werk. Wat doen de mensen hier in hun vrije tijd? Maar ik kwam als toerist. En ook dan was de cursus heel praktisch: ‘Van welk perron vertrekt de trein naar Bergen?’ en ‘Waar ligt de bruine geitenkaas?’ Het was een geweldige ervaring om de mensen te kunnen verstaan. Zoals de mevrouw die het kerkhofje aan de fjord verzorgde. De jongetjes die frambozen verkochten bij de veerboot. En de boer die met koeienletters ’Nei til EU’ op zijn schuur had geschilderd. Om hen te begrijpen. En met hen te kunnen praten. Steeds beter.” Kari van Hoytema